Visie van het V.B.K.
Karperuitzettingen: visie van het VBK vzw
Wat ons betreft mag de soort ‘karper’ (cyprinus carpio) in geen enkel openbaar water ontbreken. Karper is niet alleen zeer populair bij een steeds groter wordend aantal hengelaars, hij heeft als soort beslist zijn plaats in de Vlaamse natuur om volgende redenen:
- de soort is reeds ettelijke eeuwen perfect ingeburgerd in onze waterlopen en plassen,
- karper kan alleen schadelijk zijn als hij ergens te talrijk is, maar dit geldt eveneens voor gelijk welke andere vissoort,
- karpers vervullen een nuttige rol in heldere plantenrijke waters (snoek-zeelt waters). Wie het tegendeel beweert, moet het maar eens bewijzen!
Het VBK vzw is voorstander van doordachte karperuitzettingen. Voor ons hoeft niet meer karper rond te zwemmen dan het plaatselijk milieu dragen kan. In goed uitgebalanceerde ecosystemen groeien de vissen goed en verkeren ze in puike conditie. Dat is nu net wat moderne karpervissers wensen, liever kwaliteit dan kwantiteit. Het VBK vzw wil met de overheid samenwerken voor goede karperdensiteiten in tal van openbare waters.
Algemene suggesties naar uitzettingsbeleid toe
Type en formaat pootvis
Driezomerige karpers (K3-karpers) hebben de grootste overlevingskans ten opzichte van predatoren als roofvis en aalscholvers. Als men dit formaat vissen uitzet, dan is de kans groot dat de meeste vissen jarenlang aanwezig blijven in een water. Om die reden is het volgens ons meer aangewezen om in geval van karper te redeneren in termen van individuen (stuks) dan in termen van totaalgewichten. Onze voorkeur gaat vooral naar herkenbare vistypes. Spiegelkarpers zijn makkelijker individueel te herkennen dan pure lederkarpers of schubkarpers. Er is ook het feit dat veel van onze waters uit zichzelf een hoog schubkarpergehalte hebben.
Inventarisatie van karperpopulaties
Met klassieke methodes (fuiken, zegens, elektrovisserij) zijn karpers moeilijk te bemonsteren. Gebrekkige informatie over zo'n dominante vissoort is een serieuze handicap voor de visstandbeheerder. Moderne karpervissers kunnen door hun hoge vangstefficiëntie, no-kill cultuur en hun nauwkeurige vangstregistraties nuttige bijdrages aanleveren. De analyse van hervangsten biedt een schat aan informatie, niet alleen over de karper maar ook over het gehele ecosysteem. Moderne karpervissers hebben op vlak van milieu-inpasbaarheid beslist een potentieel.
Het VBK vzw probeert haar leden warm te maken voor een vlottere informatieoverdracht naar de provinciale visserijcommissie toe. Dit moet een essentieel onderdeel worden van het toekomstige medebeheer.
Inventarisatie van pootvis
Bij het inventariseren van individuele vissen is het bijzonder interessant de volledige herkomst van de vissen te kunnen traceren. Door vissen te wegen en te fotograferen vanaf de uitzetting, krijgt men heel precieze informatie over de genetische afkomst en over de leeftijd van de vissen.
De provinciale visserijcommissie kan het VBK vzw op de hoogte stellen waar en wanneer de pootvis arriveert waarna onze leden kunnen instaan voor de verdere afhandeling van de visuitzetting. We denken hierbij aan het meten, wegen, fotograferen en uitzetten van de jonge vissen.
Periodiciteit van de karperuitzettingen
Indien men akkoord gaat met het voortbestaan van karper in een water dan is het logisch het nodige te doen om die populatie in stand te houden. Er moet regelmatig jonge pootvis worden uitgezet om het verlies van oude vis te compenseren.
Ook onze collega’s van het KSN/COS-beleid (KSN: karperstudiegroep Nederland, COS: centraal overleg spiegelkarperprojecten) kennen al sinds 1998 het belang van het fotograferen, wegen en meten van de spiegelkarpertjes alvorens deze uit te zetten. Aan de hand van de resultaten die je later binnenkrijgt dankzij terugvangsten kan bekeken worden of de geschatte ruimte voor karperuitzettingen er ook daadwerkelijk was. Dat doe je simpelweg op basis van groeivergelijking. Immers wil de KSN graag goed groeiende gezonde karpers. Als de groei/conditie te zeer wordt geremd door de milieuomstandigheden kun je ervan uitgaan dat er geen ruimte was/is in het water voor (veel) nieuwe karpers. De KSN zoekt dus naar ruimte voor karpers waarbij de gemiddelde groei van projectspiegels de belangrijkste maatstaf is. Achterblijvende groei betekent dat de projecten geadviseerd worden om te stoppen met uitzetten.
Wij van het VBK sluiten ons verder aan bij het advies van de heer Samsoen (de Oost-Vlaamse PVC-bioloog) om ze in regel om de vijf jaar uit te voeren. Toch wensen we niet dat de periodiciteit wordt opgetrokken. Er mogen immers niet teveel K3-karpers in één keer worden uitgezet. Er zijn ons genoeg voorbeelden bekend van waters waar de oudere karpergeneratie niet opgewassen bleek tegen de plotse concurrentie van te veel jonge soortgenoten. In geval van vissterfte kan hiervan worden afgeweken. We pleiten voor een soepel uitzettingsbeleid wat dat betreft. In geval van virale sterfte adviseert de bioloog een paar jaar te wachten.
Viswaterdensiteiten
De meeste waters hebben een draagkracht van 100 à 150 kg per hectare (hoeveelheid karper een water kan bevatten zonder gevolgen voor ecosysteem). Deze norm kan variëren volgens de omstandigheden. In sommige waters kan de densiteit lager zijn, in ander water hoger. Een aantal waters heeft echt nood aan karper. In Coupure Deweer (een heldere, plantenrijke maar voedselrijke Scheldemeander) bleek 220 kilogram karper per hectare maar nét genoeg voor een goede proportie tussen 'open' en begroeid water. Toen het water in latere jaren om diverse redenen een groot deel van haar karperpopulatie kwijtspeelde, groeide het water volledig dicht met als gevolg een zomersterfte en het verdwijnen van bepaalde vogelsoorten, zoals de fuut bijvoorbeeld, die niet langer konden jagen op prooivis.
Nieuw bloed
Een aantal Vlaamse openbare waters werd onvoldoende herbepoot in het voorbije decennium. Hierdoor dreigen karperpopulaties langzamerhand uit te doven bij gebrek aan opvolging. We gaan ervan uit dat een hoeveelheid van 15 à 25 exemplaren per hectare in geen enkel water overdreven is. Verder kunnen we stellen dat elke karper in zijn levensloop door een jong exemplaar mag worden vervangen. Ten slotte werden een aantal populaties gedecimeerd door epidemies of vismeenemers. We stellen voor om al deze waters opnieuw op regelmatige basis te herbepoten met karper.
Onze vrienden van de KSN bekijken ook hoe de verhouding schubkarper t.o.v. spiegelkarper verandert na een uitzetting. Dit kan eenvoudig door verdere monitoring. Veel projecten hebben als doel een verhouding 1:3 1 spiegel op 3 schubs. Dat is soms eerder bereikt dan we denken en dan kun je dus stoppen met uitzetten. We kunnen er door het vergelijken van het aantal terugmeldingen bijvoorbeeld ook achter komen dat een hele lichting niet levensvatbaar bleek. Vervangen is dan een optie. Ook gebruikt het KSN/COS-beleid de monitoring om te spreiden met uitzetpunten. Kortom: zowel KSN als VBK willen graag flexibel zijn en inspelen op de gevolgen van uitzettingen in het hier en nu in plaats van domweg een programma afdraaien.
Extra overweging. KSN/COS streven naar variatie in het karperbestand. Dat betekent niet alleen het op peil brengen/houden van het percentage spiegelkarper maar ook naar variatie binnen het spiegelkarperbestand. Dus niet louter Valkenswaardspiegels of Duitse vissen van een en een dezelfde kweker maar een mengelmoesje van spiegelkarpertypen en beschubbingen. Die mengelmoes is voor ons karpervissers een garantie dat we geboeid blijven vissen en heeft als belangrijk bijkomend voordeel dat eventuele zwaktes van bepaalde typen spiegelkarper of jaarklassen bij ziektes niet gauw uitloopt op het in één klap verdwijnen van een hele generatie spiegelkarpers.
Bergingswaters
Het Visserijfonds hoeft niet steeds voor de kosten op te draaien. Het gebeurt regelmatig dat karperpopulaties om een of andere reden een ander onderkomen moeten vinden. Ten einde catastrofes te vermijden (cfr. Kraenepoel) is het van belang op voorhand goed te weten waar deze vissen snel kunnen uitgezet worden. In het bepotingsplan kan elk jaar een lijst waters worden voorzien waar deze noodgevallen naartoe kunnen.